Het is zondagmiddag 12.11 uur en we staren naar een lege kampeerplek. Daar, op die plek, zetten we zo meteen met mijn ouders voor de laatste keer hun prachtige kampeerset neer. Ze zijn 80 en 81 en kampeerders in hart en nieren. Maar de laatste jaren wordt het lastiger. Daarom gaan mijn zus en zwager, broer en schoonzus of wijzelf altijd even mee om ze te ‘installeren’ op hun vaste stekkie. Maar eerlijk is eerlijk: leeftijd en gezondheid beginnen hen nu wel écht parten te spelen. Dus het onvermijdelijke moest gebeuren: de caravan – een Hobby DeLuxe Editon – ging op Marktplaats. ‘Maar hij kan pas weg als we terug zijn van de camping!’

Naar 60 jaar kamperen gaat de caravan op marktplaats
Mijn ouders zijn 80 en 81 en kampeerders in hart en nieren

Zestig jaar kamperen

Mijn ouders kamperen al zo’n zestig jaar. Ze begonnen ooit in een tent, samen met mijn broer en zus, en daarna kochten ze een Paradiso. Zo’n gave met oranje doek en bruine accenten en veel te dunne kussens om op te slapen. Pas veel later schaften ze een klein caravannetje aan. Een Knaus uit de jaren ‘80 met blauwe strepen en de afmetingen van een koekblik. Maar dat deed er toen niet toe. De trots was groots. Ze versleten een aantal Beijerlands, gingen over op de Hobby en uiteindelijk, in 2016, kochten ze de grote trots van hun kampeerleven: een gloednieuwe Hobby Deluxe Edition. Mét rondzit en hoge koelkast, beste mensen.

Van genieten in eenvoud naar steeds meer comfort
. Al die veranderingen waren natuurlijk geen simpele overstappen, maar vormen samen een soort tijdlijn van het kampeerleven van mijn ouders. Van eenvoudig slapen op luchtbedden tot comfortabeler reizen en later zelfs luxe kamperen. Maar altijd met hetzelfde uitgangspunt: de natuur in, de rust opzoeken, het leven verplaatsen naar buiten. En daar genoten niet alleen zij van, maar ook wij als kinderen. Ik herinner me ook dat we het grootste deel van de vakantie vroeger gewoon op de camping doorbrachten. Helemaal naar Zuid-Frankrijk tuffen en niets doen behalve zonnebrandloos bakken op het strand. Want toen was er nog geen Instagram waar het zogenaamd perfecte leven van ‘zie ons eens even alles uit de vakantie halen’ op moest staan. Het was toen genieten in eenvoud. En wat was dat heerlijk. Maar nu is het 2026. En zijn mijn ouders 80 en 81.

Het opzetten van de voortent gaat niet meer zo gemakkelijk als je ouder wordt
De hele kampeerzooi installeren is een nogal een lichamelijke inspanning

De camping als sociale wereld

Wie in juni een camping op loopt, kent het beeld. Mensen van dezelfde generatie, vaak met jaren kampeerervaring in de rugzak, die elkaar moeiteloos vinden. Een praatje hier, een stoel erbij daar, en voor je het weet is de hele middag gevuld. Met koffie, frou-frou, borrelnootjes, een wijntje in een plastic glas en een gezellig gesprek. Mijn moeder is daarin een hoofdstuk apart. ‘In ben even naar de wc’ betekende vroeger al zelden wat het suggereerde. Vaak kwam ze een uur later pas terug, omdat er onderweg weer een paar gesprekken waren ontstaan. Het is gewoon een gezelligheidsdier. Maar lang verhaal kort: mijn ouders beleven een camping dus niet als een plek waar ze alleen maar even staan, maar als een netwerkje van gezellige ontmoetingen met andere mensen. En met die insteek krijgt kamperen een heel andere betekenis dan slechts vakantie vieren.

Als het lichaam niet meer vanzelf meewerkt

Na het herseninfarct van mijn vader in 2010 veranderde er iets. Niet het verlangen om te kamperen, maar wel de manier waarop het ging. Lopen ging minder makkelijk, balans vinden ook, maar een brace om het linkerbeen hielp daar gelukkig goed bij. ‘Ik leer wel leven met die klapschaats’, grapte hij regelmatig. En dat klopt. Want hij hervatte het leven als een ware wereldkampioen en ook kamperen ging steeds weer een stukje makkelijker. Maar ouder worden maakt het lichaam zelden stabieler. En nu pas merkt hij dat zijn ‘beperking’ (laat het hem niet horen) hem in de weg gaat zitten. De laatste jaren ging ook mijn moeder moeilijker lopen. Haar heup werd vervangen en ze loopt weer als een kievit, maar langzaam wordt wel duidelijk dat sommige dingen niet meer vanzelf gaan. Want wees eerlijk: de hele kampeerzooi installeren is een nogal een lichamelijke inspanning. Het opzetten van de voortent. Het luifelwerk. Het tenttapijt. Regelmatig vroegen we de afgelopen jaren al of het misschien toch eens welletjes was met het kamperen, maar ‘we zijn toch geen bejaarden?’. Stoer volk, die boomers.

helpen met het opzetten van de voortent
Gelukkig konden we die zondag helpen.

En dus ging het kamperen door. Elk jaar weer.

Zolang je nog kampeert, blijf je jezelf een beetje vasthouden aan wie je altijd was. Ik denk dat het zo werkt. Alles wat je opgeeft, geef je voor altijd op, en dat moment stel je natuurlijk het liefst zo lang mogelijk uit. Dus gingen ze door. En daar genoten ze ook dik van. Want hoewel het lopen dan soms lastig was, zeker op de oneffen paden van een camping, fietsen ze tientallen kilometers zonder enige problemen. Alle wegen, paden en lanen van de regio Ommen-Hardenberg zijn tot in de kleinste hoekjes verkend met de elektrische tweewielers. Altijd met wat lekkers en een alcoholvrij biertje in de fietstas. Bewonderenswaardig toch ook wel, hè? 



Einde van een tijdperk

Maar nu staat dus de caravan te koop. Het lucht op, zeggen ze, dat de knoop is doorgehakt. Maar tussen die woorden door zit ook iets dat niet hardop wordt uitgesproken, maar wel voelbaar is. Dit is niet zomaar een praktische verkoop, maar het loslaten van een manier van vakantie vieren die zo’n zestig jaar heeft geduurd. Maar het mooie is dat ze nu al nadenken over een volgende stap. Misschien een stacaravan of een huisje op een camping. Iets wat het gevoel van kamperen behoudt, maar het zware werk wegneemt. En dan staan ook dáár straks de fietsen klaar voor een dagelijkse tocht. En drinken ze koffie onder een luifel of een afdakje. En ergens op de camping kletst mijn moeder dan waarschijnlijk dagelijks met iemand die ze de dag ervoor niet kende. En zit mijn vader op haar te wachten voor de accommodatie. In zijn korte broek. Ook als het eigenlijk te koud is. Want: ‘Ik trek geen lange broek aan in mijn vakantie!’

Eten in een restaurant op de camping
We aten lekker in het restaurant als bedankje van mijn ouders

Fast forward naar zondagavond 19.53 uur

Zware tentzakken tillen, buizen op hoogte in elkaar schuiven, tientallen haringen in de grond slaan, grote tenttapijten uitvouwen, een luifel bevestigen… het is allemaal wat, als je de tachtig gepasseerd bent. Maar gelukkig konden we die zondag helpen. En goed ook. Binnen drie uur stond alles. En hadden we zelfs nog tijd over voor een borreltje en een kleine wandeling over de camping. We aten lekker in het restaurant – een bedankje van mijn ouders – en reden rond 19.00 uur weg van de camping. Een half uur later waren we thuis. En om 19.53 uur ging de telefoon. Mijn vader. ‘Ik werd net gebeld. Er is een man die heel graag wil komen kijken naar de caravan en ik denk dat we er met de prijs uit gaan komen. Het is goed zo!’

vind een leuke camping

Over de auteur:
Ilze ter Heide

Ilze is getrouwd met Wouter, moeder van twee superleuke meiden, verzot op schrijven en gek op kamperen. Met een beetje comfort dan, dat wel. ‘Ik kampeer al van jongs af aan, het is me echt met de paplepel ingegoten. En hoewel ik soms mopper op smerige haringen, beestjes in de tent en haren in doucheputjes, geniet ik als een dolle wanneer ik met m’n gezinnetje op de camping sta. Kan niet wachten tot ons volgende kampeeravontuur!’

Ilze ter Heide