Zomervakantie 2023, eerste ochtend na aankomst. Om half zes in de ochtend schrok ik voor de eerste keer wakker. Een stoomtrein. Op nog geen honderd meter van onze camping. Misschien niet eens vijftig. Ik draaide me even om en dutte weer in. Om vervolgens een half uur later wéér wakker te worden. Zelfs die tweede keer voelde het nog als een soort van vakantiecharme, zo'n ouderwetse locomotief die puffend door het landschap rijdt. Want authentieker wordt het in principe niet. Maar toen ik erachter kwam dat die locomotief élke ochtend vanaf half zes langs de camping tufte, zakte mijn enthousiasme tóch een beetje in elkaar.

Geluid. Het blijft een van de grootste ergernissen van kampeerders. Bovenstaande is natuurlijk een beetje een extreem voorbeeld van geluidsoverlast, maar zo'n tentdoekje en zelfs een caravanwandje zijn dun. En nógal geluidsdoorlatend. Niet zo gek dus dat op Nummer 1 van kampeerergernissen geluidsoverlast staat. Maar als ik eerlijk ben, zijn er ook genoeg campinggeluiden waar ik persoonlijk juist blij van word. De rits van een tent die opengaat in de ochtend. Kinderen die ergens in de verte spelen. Gelach en geklets vanaf het water. Het zachte geroezemoes van mensen die buiten ontbijten. Tentstokken die tegen elkaar kletteren. Heerlijk toch? En op die camping met die stoomtrein hadden we trouwens een van de beste vakanties ooit. Blijkbaar zit het probleem dus niet in geluid zelf, maar in iets anders.
Misschien heeft het vooral te maken met verwachtingen. Overdag verwacht ik geluid. Sterker nog: een doodstille camping zou ik echt kats ongezellig vinden. Kamperen is buiten leven. Pratende mensen, spelende kinderen. Er wordt gekookt, gefietst, gelachen en gezwommen. Maar tussen een uur of elf 's avonds en zeven uur 's morgens hoop ik eigenlijk vooral op rust. Niet per se doodse stilte, dat is iets anders. Een huilende baby kun je niet uitzetten. Een caravan die vroeg vertrekt, het hoort erbij. En ook die stoomtrein… tja, dat ding (inclusief alle passagiers) kan moeilijk rekening houden met mijn slaapritme. Maar als mensen om twee uur 's nachts nog luidkeels hun vakantieverhalen zitten uit te wisselen alsof ze alleen op de camping staan, dan wordt het een ander verhaal. Al ben ik ook niet direct iemand die er iets van zegt. Meestal probeer ik het maar een beetje weg te zuchten, of nog een keer om te draaien. Of oordoppen in te doen en hopen dat ik alsnog in slaap val. En dat lukt meestal ook best aardig. Behalve die ene keer…

Een paar jaar geleden waren we een weekend weg met z'n tweeën in een oud Volkswagenbusje. Lekker even drie dagen zonder kids: rust zoeken en uitslapen. Maar toen kwam de eerste nacht. Naast ons stond een groep jongeren die het zichtbaar ontzettend naar hun zin had. En dat gun ik iedereen. Om elf uur. Om twaalf uur. Zelfs om één uur 's nachts kan ik er nog begrip voor opbrengen. Maar ergens tussen twee en vier uur 's nachts begon mijn enthousiasme voor hun gezelligheid toch écht een beetje af te nemen. Uiteindelijk ben ik eruit gegaan om vriendelijk te vragen of het misschien iets zachter kon. Nou ja. Vriendelijk-ish. Laten we zeggen dat ik op dat moment niet mijn meest diplomatieke zelf was. Gelukkig begrepen ze de boodschap. En werd het geluid daarna tot een minimum beperkt.

En wat misschien nog wel het lastigste is aan ergernissen op de camping: iedereen is weleens de veroorzaker. Wij zijn namelijk 100% zeker ook wel eens degene waar een ander zich aan ergert. Met ruziënde of jengelende kinderen op een (vroege!) ochtend van vertrek. Met een caravan die in alle vroegte werd aangekoppeld. Of op zo'n vakantiedag waarop alles net iets te veel wordt en je door hitte en overprikkeling ineens harder reageert dan de bedoeling was. Niet de fraaiste momenten, maar wel heel menselijk. Want kamperen betekent ook dat je dicht op elkaar leeft. Je ziet niet alleen elkaars leukste kanten, maar soms ook de minder charmante versie die verschijnt na een slechte nacht, het zoveelste gezeur om een ijsje of drie dagen tropische hitte.

Er is een heleboel wat kamperen zo vreselijk leuk maakt. We slapen buiten, we ontbijten buiten en we leven buiten. En misschien is dit stukje ‘geluidsoverlast’ dan wel de prijs die we daarvoor moeten betalen. Zonder echte muren hoor je elkaar nu eenmaal. De irritante geluiden, maar ook de plezierige. Dus laten we het volgende tot ongeschreven kampeerregel maken: leef en laat leven. Niet alles hoeft perfect stil te zijn. Niet iedereen hoeft zich precies zo te gedragen als jij prettig vindt. Als je buiten leeft zonder echte muren, moet je af en toe wat van elkaar verdragen. Maar ja, is dat niet gewoon een heel goede les voor het hele leven?