Een camper huren klinkt heerlijk simpel. Sleutel ophalen, spullen erin en gaan. In de praktijk zit er tussen "we doen het gewoon" en daadwerkelijk wegrijden een lijstje dingen dat je beter vooraf kunt regelen dan bij de balie of, erger nog, bij een tolpoortje in Frankrijk. En hoe verder je gaat, hoe meer de regels verschillen: in Frankrijk draait het om stickers en tol, in IJsland om waar je mag staan en welke wegen je op mag. Hieronder de punten waar kampeerders het vaakst op vastlopen, in de volgorde waarin je ze tegenkomt.

dingen dat je beter vooraf kunt regelen

Welke dingen kun je beter vooraf regelen wanneer je een camper huurt?

Rijbewijs en gewicht: alles draait om 3.500 kilo

In Nederland mag je met rijbewijs B een camper besturen met een toegestane maximummassa tot 3.500 kilo. Weegt de camper meer, dan heb je een C1-rijbewijs nodig. Dat is geen detail, want het gaat om het maximale gewicht op het kentekenbewijs, niet om het leeggewicht. Op de site van de Rijksoverheid staat precies welk rijbewijs bij welk gewicht hoort.

De meeste huurcampers blijven bewust onder die 3.500 kilo, dus in principe zit je goed met je gewone rijbewijs. Let wel op deze dingen:

  • Laadvermogen is beperkter dan je denkt. Volle watertank, vier personen, fietsen op de drager en een volle bagageruimte tikken samen snel aan. In Duitsland en Oostenrijk wordt er langs de weg op overbelading gecontroleerd.

  • Minimumleeftijd verschilt per verhuurder. Meestal 21 of 23 jaar, bij sommige aanbieders al vanaf 18, en vaak met een toeslag voor bestuurders onder de 25.

  • Je rijbewijs moet meestal minimaal één tot twee jaar op zak zijn.

Er komt Europese wetgeving aan die rijbewijs B optrekt naar 4.250 kilo voor campers, maar die is in Nederland nog niet ingevoerd. Ga voorlopig dus gewoon uit van 3.500.

Welke camper past bij je route?

Een camper is meestal tussen de 2,60 en 3,20 meter hoog, en met een fietsendrager of dakkoffer erbij wordt dat nog wat meer. Vraag de verhuurder naar de exacte hoogte en schrijf die op een briefje in de cabine. Dat voorkomt gedoe bij parkeergarages, viaducten en overhangende takken op smalle campingpaadjes.

De lengte speelt vooral mee bij het reserveren van een kampeerplek, bij veerboten (die rekenen per lengteklasse) en in oude dorpskernen. Een buscamper van zo'n zes meter komt overal, een halfintegraal van 7,5 meter een stuk minder makkelijk.

Je bestemming bepaalt ook het type. Voor Frankrijk of Italië volstaat elke gewone camper. Ga je naar IJsland en wil je de F-wegen in het binnenland op, dan heb je een 4x4 nodig: met tweewielaandrijving zijn die wegen simpelweg verboden en vervalt je verzekering. Bij Campstar zet je verhuurders naast elkaar en vergelijk je de afmetingen per voertuig, zodat je vooraf weet waar je mee de weg op gaat.

Wat zit er wel en niet bij de huur?

Wat een camper per dag kost, verschilt sterk per land en per seizoen. Buiten het hoogseizoen begin je in IJsland rond de 44 euro per dag en in Parijs rond de 63 euro, in juli en augustus ligt dat fors hoger. Maar die dagprijs is zelden het eindbedrag. Dit zijn de posten die er meestal apart bij komen:

  • Kilometers. Soms onbeperkt, soms een pakket met een bijbetaling per extra kilometer.

  • Beddengoed en keukenpakket. Vaak een vast bedrag per persoon.

  • Gasfles, fietsendrager, luifel, navigatie.

  • Eindschoonmaak en het legen van de toiletcassette.

  • Eenrichtingshuur, als je de camper op een andere locatie inlevert.

Tel die posten bij elkaar op voordat je aanbieders vergelijkt, anders vergelijk je appels met peren.

Camper Huren 3

Kies een camper die past bij je route

Verzekering en eigen risico: hier zit het meeste kleine lettertje

Bij vrijwel elke huurcamper zit een verzekering inbegrepen, maar met een eigen risico dat al snel een paar duizend euro is. Bij een IJslandse camper is 3.000 euro heel normaal. Je kunt dat bij de meeste verhuurders in stappen afkopen. Loop voor je boekt deze punten na:

  • Wat is uitgesloten? Schade aan het dak en de onderzijde valt bij veel verhuurders buiten de dekking, net als ruiten, banden en schade die bij het achteruitrijden ontstaat. Precies de schades die met een camper het snelst ontstaan.

  • Wat is bestemmingsspecifiek? In IJsland zijn dat steenslag op de gravelwegen en lakschade door opwaaiend zand en vulkanische as. Gravel protection en zand- en asbescherming zijn daar geen dure extraatjes maar het halve verhaal.

  • De borg. Bij de meeste verhuurders wordt een borg geblokkeerd op een creditcard op naam van de hoofdbestuurder, en een debitcard of prepaidcard wordt dan niet geaccepteerd. Er zijn ook aanbieders die helemaal zonder borg werken, dus check dit per verhuurder.

  • Tweede bestuurder. Alleen wie officieel geregistreerd staat, is verzekerd, en dat kost vaak een eenmalig bedrag. Regel het bij het ophalen, niet onderweg.

  • Pechhulp. Bij de een zit 24-uurs pechhulp gewoon in het pakket, bij de ander is het een betaalde optie. Je eigen wegenwacht- of reisverzekering dekt een gehuurd voertuig lang niet altijd.

Ophalen en inleveren: plan je eerste en laatste nacht slim

Campers worden meestal in de loop van de middag uitgegeven en de volgende keer 's ochtends weer ingenomen. Reken erop dat de uitleg en de inspectie samen een uur kosten. Ga dus niet vanuit Nederland in één ruk naar Zuid-Frankrijk rijden op de dag dat je de sleutel krijgt. Een overnachtingscamping langs de Route du Soleil is dan een prettige eerste stop.

Maak bij het ophalen zelf een filmpje rondom de camper, inclusief het dak en de bumperhoeken. Test ter plekke of de koelkast op gas werkt, of de watertank vult en of de luifel soepel uitdraait. Dat is het moment om vragen te stellen, niet 's avonds op de camping.

Milieustickers en milieuzones

Zit je eenmaal op de weg, dan begint het tweede rijtje. Steeds meer Europese steden hebben een milieuzone, en een camper is daar geen uitzondering op.

  • Frankrijk: je hebt een Crit'Air-sticker nodig voor de milieuzones, onder andere in Parijs, Lyon en Grenoble. Bestel die alleen via de officiële site certificat-air.gouv.fr, voor een paar euro. Doe dat ruim op tijd, want verzending naar het buitenland duurt al snel een week of twee. Huur je de camper in Frankrijk zelf, dan zit de sticker er meestal al op. Huur je in Nederland of Duitsland, dan vaak niet.

  • Duitsland: voor steden als Berlijn, Keulen en Stuttgart heb je de groene Umweltplakette nodig.

  • België: Antwerpen, Gent en Brussel hebben een lage-emissiezone. Met een Nederlands kenteken hoef je je niet te registreren, want die gegevens worden automatisch bij de RDW opgehaald. Wel moet je zelf checken of je voertuig de zone in mag. Rijd je in een camper met een Duits, Frans of ander buitenlands kenteken, dan is registratie vooraf verplicht en gratis.

  • Italië: in vrijwel elk historisch centrum geldt een ZTL, een zone waar je zonder ontheffing niet in mag. Die wordt met camera's gehandhaafd en de boete valt maanden later op je deurmat, via de verhuurder en met administratiekosten erbovenop.

Tol en vignetten

Tol is voor campers vaak duurder dan voor een auto, omdat de hoogte de tariefklasse bepaalt. In Frankrijk val je tot 3 meter in klasse 2, en vanaf 3 meter of boven de 3.500 kilo in klasse 3, wat een flink verschil in tarief scheelt. Een fietsendrager of dakkoffer telt niet mee voor die hoogte, vaste opbouw zoals een airco wel. In Italië trek je bij binnenkomst een kaartje en betaal je bij het verlaten van de snelweg. Voor Oostenrijk en Zwitserland heb je een vignet nodig, en boven de 3,5 ton gelden daar andere regelingen. In Duitsland betaal je met een camper geen tol.

Vraag de verhuurder of er al een vignet of tolbadge in de camper zit. Zo niet, regel dat dan zelf voor vertrek.

Waar moet je allemaal op letten wanneer je een camper huurt?

Mag je zomaar overal 's nachts staan met een camper?

Waar mag je 's nachts staan?

Dit is de vraag waar de meeste verwarring over bestaat, en het antwoord verschilt per land behoorlijk.

  • Frankrijk is het makkelijkst. Er zijn duizenden aires de camping-car, vaak gratis of voor een paar euro, met water en een stortplaats. Op gewone parkeerplaatsen mag je in principe staan waar ook een auto mag staan, al verbieden veel kustgemeenten dat in het hoogseizoen met borden. En dan zijn er natuurlijk nog de gewone campings in Frankrijk, met meer comfort en voorzieningen.

  • Duitsland heeft een dicht netwerk aan Stellplätze. Op veel openbare parkeerplaatsen mag je bovendien één nacht staan om uit te rusten voor je verder rijdt, zolang borden niets anders zeggen. Zodra de luifel uitgaat en de stoeltjes buiten staan, is het kamperen en dan mag het niet meer.

  • Italië verschilt per gemeente. Er zijn aree di sosta voor campers, maar op veel toeristische plekken staan verbodsborden, zeker aan de kust in het hoogseizoen.

  • IJsland is het strengst. Wildkamperen met een camper is verboden, ook voor één nacht en ook op een parkeerplaats. Je moet altijd op een officiële camping staan, er wordt gecontroleerd en de boetes zijn stevig. Offroad rijden om mooier te staan is helemaal verboden. Gelukkig zijn er campings genoeg en reserveren hoeft er meestal niet.

Ga er dus niet vanuit dat wat in het ene land normaal is, in het volgende ook mag. Zoek het per bestemming even op voor je vertrekt. Wie eerst wil kijken welke campers en ophaallocaties er zijn, kan terecht bij camper huren in IJsland of bij een van de andere bestemmingen.

Regel het rijbewijs, het gewicht, de verzekering en de stickers voor vertrek, en zoek per land uit waar je mag staan. Dan is de rest van je vakantie precies wat je ervan hoopte: kiezen waar je die avond neerstrijkt.

vind een leuke camping

Over de auteur:
Gast schrijver

Dit artikel is geschreven door een gastschrijver van Campingzoeker. Ben jij ook een fanatieke kampeerder en lijkt het je leuk om een van je (kampeer)avonturen met ons te delen? Neem dan contact met ons op (via onze contactpagina) en wie weten lezen we binnenkort jou verhaal op het blog van Campingzoeker.

Gast schrijver